Wandelen naar Rome, Deel 3: dag 11
27 juli 2025 - Mesch, Nederland
In 2020 was er corona. Mogelijkheden om te reizen, zoals ik dat destijds fanatiek deed, waren er nauwelijks. Ik wilde graag toch even weg, naast het kleinschalige Nevenuitje naar Ieper dat gepland stond. Onder de douche, zoals dat dan gaat, kreeg ik een ingeving. Ik zou naar Rome gaan wandelen! Of ik dat nu altijd al eens wilde of het me toen pas bedacht, weet ik niet helemaal meer, maar het was zeker geen bevlieging. Ik werkte het uit en liep in zeven dagen (inclusief een rustdag in Boxtel) van huis naar Weert en iets later in drie dagen van Weert naar Maastricht. Het moet wel in etappes, gezien mijn werk en -tegenwoordig- Lies en de katten, die ik anders teveel moet missen: dat was in het begin al duidelijk. Toch had ik ergens de hoop in het Jubeljaar 2025 in Rome aan te komen...
Toen werd het stil. De noodzaak en wens om veel alleen te reizen vielen weg. In de zomer van ik meen 2022 had ik nog wel een plannetje staan voor de etappe Maastricht-Aken, maar dit keer gooide corona roet in het eten: ik werd ziek en moest annuleren.
Toch bleef ik wat wandelen, onlangs blessures aan mijn achillespees. Vooral met Maarten en Willem. Na een aantal etappes Drentepad liepen we in het Pinksterweekend in de Veluwezoom. Heerlijk! Meer wandelplannen ontvouwden zich en ik besloot -na overleg uiteraard- ook mijn wandeling naar Rome, waar ik tussentijds ook weer vier keer geweest ben, verder voort te zetten.
De afgelopen weken heb ik wel getraind. Zoveel pijn aan mijn voeten als vijf jaar terug wilde ik niet en mijn conditie is zeker niet op het peil van toen. Bovendien ben ik het nieuwe avontuur gestart met een romantisch weekend met Lies in Maastricht. Een stedentrip van twee dagen met de belangrijkste bezienswaardigheden: de Markt, het Dinghuis, het Vrijthof, de stadswallen, de Helpoort en omringende wijk. We hebben de kelder van Hotel Derlon bezocht met de spectaculaire opgraving en de twee basilieken, van Onze Lieve Vrouwe en Sint Servaas. Lies beperkte zich tot de schatkamer van de laatste. Ik bekeek ze beiden.
Zo begon vanmorgen met een mis in de Sint Servaas, waar ik gisteren een eerste stempel in het pelgrimspaspoort had laten zetten en ik ook nog een gratis speldje kreeg dat over was van de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart, die vorige maand werd gehouden. Na de mis heb ik nog met Lies geluncht en zijn we samen naar het station gelopen.
Daarna ging ik op pad. Langs de rechteroever van de Maas, de oostelijke kant dus, liep ik vanuit Maastricht zuidwaarts. Tot Vaals volg ik immers het Krijtlandpad door het Zuid-Limburgs landschap. De weersvoorspelling waren matig geweest, maar tijdens de lunch brandde de zon toch al zo fel dat ik me maar insmeerde en zonnebril tevoorschijn haalde. Na het naoorlogse Provinciehuis, hier ook wel Gouvernement genoemd, kwam ik al vrij snel bij natuurgebiedjes langs de Maas en had ik een uitzicht op de Pietersberg en D'n Observant aan de overzijde.
De route verliet de Maas voor een slinger richting Oost-Maarland. Diepdonkere wolken hingen inmiddels zichtbaar boven België. Ik overwoog in het dorp te schuilen, maar het bleef droog tot ik het dorp en het kasteel voorbij was. Bij de jachthaven en een volgend natuurgebied begon het toch te druppelen. En te regenen en te gieten. Niets waar een wandelaar niet tegen moet kunnen, maar het onweer dat al lange tijd in de verte donderde kwam mij minder goed uit, zeker nu ik alleen in een open natuurgebied liep. Gelukkig bleef het bij één flits en tien seconden later een donder, maar ik was in mijn hoofd al aan het herhalen wat je allemaal wel en niet moet doen met bliksems dichtbij.
Goed nat geraakte ik in Eijsden. Bij de verschillende horecagelegenheden overwoog ik opnieuw een stop om op te drogen. Uiteindelijk gaf ik in de pittoreske Diepstraat toe en nam plaats onder de luifel van een lokaal cafe. Terwijl men binnen luisterde naar de door regen uitgestelde Formule 1 Grand Prix van België, nam ik mijn consumpties en rust. Ik droogde op en liet jas en tas uitlekken.
Na mijn pauze was het weer al goed opgeklaard en dus kon ik ook lekker door. Het renaissancistische kasteel van Eijsden was prachtig, maar de uit dankbaarheid voor een genezing opgerichte Mariakapel aan het einde van de oprijlaan en het Moordkruis ernaast waren eveneens fascinerend. Ik liep door Mariadorp en daarna over de A2.
Om naar mijn accommodatie te lopen moest ik het Krijtlandpad verlaten: de Meschermolen ligt tussen Withuis en -inderdaad- Mesch. Het is een enorme hoeve met veel kippen en een nu voornamelijk toeristische bestemming. De oorsprong schijnt een karolingische villa te zijn. Ik raakte aan de praat met Asleigh en Malcolm, twee gepensioneerde Engelse docenten, die net als ik in een tipi verbleven.
Voor het avondeten liep ik verder door naar Eetcafe 't Piepke in Mesch. Je waant je daar niet zomaar in een Dagboek van een Herdershond, want het schijnt daar en in Eijsden opgenomen te zijn. Ik ken de serie niet, maar de vibe voelde ik helemaal. Van een afstand fascineerde de Sint-Panctatiuskerk mij door zijn Romaanse toren. Terecht, zo bleek, want hoewel de toren Neo-Romaans bleek, en is de kerk mogelijk het oudste stenen exemplaar van Nederland. Sommige delen zijn pre-Romaans (9e-eeuws) en er zit zelfs wat Romeins visgraatmotief in.
Na de prima maaltijd en vriendelijke bediening van 't Piepke liep ik dus even door het dorp. Niet alleen de kerk, maar ook de school moest bezocht worden vanwege het oorlogsmonument. Mesch is namelijk het eerst Bevrijde dorp van Nederland. Ik ben zelfs nog naar grenspaal 35 gelopen, zo'n 700 meter verder (en terug), waar de Amerikanen de grens overstaken en de eerste Geallieerde soldaat al sneuvelde.
Mijn dag eindigde in de tipi, onder een klamboe wegens de veelvuldig aanvallende muggen, met regen tikkend tegen het tentdoek.



























